Training
Spiermassa opbouwen: trainingsschema, voeding en herstel
Je traint al een tijd serieus, je bent redelijk consistent, en toch verandert er weinig. De gewichten gaan niet omhoog, de spiegel laat hetzelfde beeld zien en je vraagt je af of je iets belangrijks mist. Meestal is dat niet één ontbrekende oefening of supplement, maar een combinatie van te weinig prikkel, te weinig voeding en te weinig herstel.
Spiermassa opbouwen is geen ingewikkeld proces, maar het is wel een precies proces. Je lichaam bouwt alleen extra spierweefsel als je het daar een reden voor geeft, de bouwstenen levert en de tijd gunt om het af te maken. Hieronder loop ik de factoren langs die daadwerkelijk het verschil maken, in volgorde van belang.
Kort antwoord Spiermassa bouw je op door je spieren wekelijks een prikkel te geven die net iets zwaarder is dan ze gewend zijn, en die prikkel daarna te laten verwerken. Voor de meeste mensen betekent dat: elke spiergroep twee keer per week trainen, ongeveer tien tot twintig harde sets per spiergroep per week, dicht genoeg bij spierfalen, met voldoende eiwit en een licht calorieoverschot. De groei zelf gebeurt niet in de sportschool maar tijdens herstel.
Waarom je traint zonder te groeien
Als je al langer traint en niets verandert, ontbreekt er bijna altijd één van drie dingen: een prikkel die zwaar genoeg is, genoeg voeding om te bouwen, of genoeg herstel om het af te maken. Alle drie zijn nodig. Twee van de drie levert stilstand op.
In de praktijk zie ik het vaakst dat mensen wekenlang dezelfde gewichten en dezelfde herhalingen draaien. De training voelt zwaar, maar het lichaam heeft zich er al aan aangepast. Zonder toename in belasting is er geen reden om extra spierweefsel aan te maken.
Progressieve overbelasting: de motor
Progressieve overbelasting betekent dat je de belasting op je spieren over de tijd geleidelijk verhoogt. Dat is de belangrijkste variabele in je hele schema, en tegelijk de variabele die het vaakst wordt overgeslagen.
Je kunt op meerdere manieren progressie maken:
- meer gewicht bij hetzelfde aantal herhalingen
- meer herhalingen bij hetzelfde gewicht
- een extra set bij een oefening
- strakkere uitvoering of een grotere bewegingsuitslag bij hetzelfde gewicht
- minder rust tussen sets bij gelijk volume, mits de kwaliteit blijft
Belangrijk: je hoeft niet elke week op elke oefening vooruit te gaan. Dat is bij gevorderden ook niet realistisch. Wat je wel wilt zien, is dat je logboek over een periode van zes tot acht weken een duidelijke lijn omhoog laat zien. Zonder logboek kun je dat niet beoordelen, en dan train je op gevoel in plaats van op gegevens.
Hoeveel sets per spiergroep per week?
Trainingsvolume wordt meestal geteld als het aantal harde sets per spiergroep per week. Uit het werk van Schoenfeld en collega’s over de dosis-responsrelatie tussen volume en spiergroei komt naar voren dat meer sets tot op zekere hoogte meer groei geven, met een duidelijk voordeel voor tien of meer sets per spiergroep per week ten opzichte van minder.
Als praktische richtlijn wordt voor de meeste trainenden doorgaans tien tot twintig harde sets per spiergroep per week aangehouden. Beginners zitten prima aan de onderkant daarvan; gevorderden hebben vaak meer nodig om vooruitgang te blijven maken.
Meer is niet oneindig beter. Volume dat je niet kunt herstellen, telt niet mee als trainingsprikkel maar wel als belasting. Bouw volume daarom op in stappen en kijk of je kracht en herstel het bijhouden.
Trainingsfrequentie: hoe vaak per spiergroep
Frequentie is vooral een manier om je wekelijkse volume slim te verdelen. Onderzoek waarin het totale volume gelijk werd gehouden, laat zien dat een spiergroep twee keer per week trainen doorgaans betere resultaten geeft dan één keer per week.
De logica is simpel: twintig sets voor je benen verdeeld over twee sessies zijn kwalitatief beter dan twintig sets in één sessie waarin je halverwege leegloopt. Voor de meeste mensen werkt drie tot vier keer per week trainen goed, mits het schema erop is ingericht. Meer hierover lees je in hoe vaak per week sporten voor resultaat.
Hoe dicht bij falen moet je trainen?
Een set telt pas echt mee als hij dicht genoeg bij spierfalen komt. Een goede vuistregel is dat je bij de meeste sets stopt met ongeveer één tot drie herhalingen in reserve. Je moet dus kunnen benoemen hoeveel herhalingen je nog in de tank had.
Trainen tot absoluut falen is meestal niet nodig en kost onevenredig veel herstel, zeker bij zware samengestelde oefeningen. Recentere analyses over de afstand tot falen wijzen erop dat je dicht in de buurt moet komen, maar dat er weinig extra winst zit in er structureel overheen gaan.
Het bereik van acht tot vijftien herhalingen werkt voor de meeste mensen prettig, maar zowel zwaardere als lichtere sets leveren groei op zolang ze dicht bij falen worden uitgevoerd.
Een trainingsschema dat past bij je week
Het beste schema is het schema dat je maanden achter elkaar kunt volhouden. Een veelgebruikte opzet voor drie tot vijf trainingen per week:
- Drie dagen: full body, met per sessie een duw-, trek- en beenoefening plus wat gericht werk
- Vier dagen: upper/lower, twee keer bovenlichaam en twee keer onderlichaam
- Vijf dagen: push/pull/legs met een herhaling van de eerste twee dagen
Zet in elke sessie de zwaarste samengestelde oefening vooraan, als je nog fris bent. Houd het aantal oefeningen beperkt en voer ze goed uit; twee extra oefeningen aan het eind van een sessie voegen zelden toe wat een extra zware set aan het begin wel doet.
Eiwit: hoeveel heb je echt nodig?
Eiwit levert de bouwstenen voor spierweefsel. De meta-analyse van Morton en collega’s in het British Journal of Sports Medicine kwam uit op ongeveer 1,6 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag als punt waarboven het effect op spiermassa afvlakt, met een bovengrens in het betrouwbaarheidsinterval rond 2,2 gram per kilogram.
In de praktijk wordt voor mensen die serieus krachttraining doen doorgaans 1,6 tot 2,2 gram per kilogram aangehouden. Verdeel dat over drie tot vijf eetmomenten; dat is makkelijker vol te houden dan één enorme portie aan het eind van de dag. Een uitgebreidere uitleg staat in hoeveel eiwit per dag voor spieropbouw.
Energiebalans: groeien kost brandstof
Nieuw weefsel aanmaken kost energie. In een stevig calorietekort kun je vaak nog wel sterker worden, maar dan is spiermassa opbouwen voor de meeste mensen een stuk lastiger. Een licht overschot geeft je lichaam de ruimte om te bouwen.
Een bescheiden overschot wordt doorgaans aangehouden, vaak in de orde van een paar honderd kilocalorieën boven onderhoud. Groter is niet sneller: boven een bepaald punt komt de extra energie vooral als vet binnen, zonder dat de spiergroei meeschaalt.
Weeg jezelf een paar keer per week op hetzelfde moment en kijk naar het weekgemiddelde. Beweegt dat gemiddelde over drie tot vier weken niet, dan eet je simpelweg niet in een overschot, hoe het ook voelt.
Herstel: hier gebeurt de groei
Dit is het deel dat in de meeste artikelen te kort komt. In de sportschool zet je een signaal af; het opbouwen zelf gebeurt in de uren en dagen daarna. Je traint dus niet om spieren op te bouwen, je traint om het herstelproces aan te zetten dat spieren opbouwt.
Dat heeft directe gevolgen voor je planning. Een spiergroep heeft na een zware sessie doorgaans zo’n twee dagen nodig voordat hij weer volledig belastbaar is. Plan zware beendagen dus niet op twee opeenvolgende dagen, en zet je rustdagen bewust in je week in plaats van ze te laten gebeuren wanneer je te moe bent.
Signalen dat je herstel achterloopt:
- je kracht zakt over meerdere sessies zonder duidelijke reden
- gewrichten en pezen blijven zeurderig
- je zin in trainen verdwijnt terwijl je programma niet is veranderd
- je slaapt slechter naarmate je meer traint
De oplossing is dan bijna nooit harder trainen. Meestal is het één tot twee weken volume terugbrengen, beter eten en meer slapen, waarna de kracht vaak vanzelf weer op gang komt.
Slaap als trainingsvariabele
Slaap is de goedkoopste ingreep die je hebt en tegelijk de meest verwaarloosde. Onderzoek van Nedeltcheva en collega’s in Annals of Internal Medicine liet zien dat mensen die tijdens een dieet te weinig sliepen een groter deel van hun gewichtsverlies uit vetvrije massa haalden dan mensen die voldoende sliepen.
Voor de meeste volwassenen wordt zeven tot negen uur per nacht aangehouden. Structureel vijf uur slapen en dan verwachten dat een creatinesupplement het verschil maakt, is de verkeerde volgorde. Wat supplementen wel en niet doen, lees je in wat creatine doet.
Hoe weet je of het werkt?
Meet niet op gevoel. Houd bij: je gewichten en herhalingen per oefening, je lichaamsgewicht als weekgemiddelde, en eens per vier tot zes weken een paar omtrekmaten en foto’s onder gelijke omstandigheden.
Spiergroei gaat langzaam en verschilt sterk per persoon, per trainingsjaar en per aanleg. Ik geef daarom geen vast tempo aan: wat wel telt, is of je krachtcurve over acht weken omhoog loopt en of je gewicht rustig meebeweegt. Gebeurt geen van beide, dan verander je één variabele tegelijk en meet je opnieuw.
Veelgemaakte fouten
- elke paar weken van schema wisselen, waardoor je nooit progressie kunt aantonen
- volume blijven stapelen terwijl herstel al de beperkende factor is
- te ver van spierfalen trainen en denken dat de set meetelt
- alleen op trainingsdagen goed eten
- supplementen optimaliseren voordat slaap, eiwit en overbelasting op orde zijn
Wanneer begeleiding zinvol is
Als je zelf niet kunt beoordelen waar het vastloopt, is een buitenstaander met je logboek vaak sneller dan nog een half jaar zelf proberen.
Via Online Coaching werk ik door heel Nederland. Je krijgt een trainingsschema dat is afgestemd op waar je traint, een voedingsplan, wekelijkse check-ins en direct contact. De minimale looptijd is drie maanden, daarna is het maandelijks opzegbaar.
Let op Ik ben personal trainer en online coach, geen diëtist of arts. De informatie in dit artikel is algemeen van aard. Heb je een medische aandoening of gebruik je medicatie, overleg dan eerst met je huisarts voordat je je training of voeding aanpast.
Voeding
Hoeveel eiwit per dag voor spieropbouw?
De bouwstenen: hoeveel je nodig hebt en hoe je het verdeelt.
Supplementen
Wat doet creatine?
Wat het wel oplevert, en waarom het pas na de basis komt.
Training
Hoe vaak per week sporten voor resultaat?
Hoeveel trainingen je echt nodig hebt om vooruit te gaan.